De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.
  • Start
  • Video's
  • Webinar PNC in dialoog - Een dynamische waterbalans voor Limburg

Video's

Webinar - PNC in dialoog: "Een dynamische waterbalans voor Limburg"

Droogte en waterschaarste zijn belangrijke uitdagingen voor onze regio.

De nieuwe waterbalans voor Limburg werd ontwikkeld door de provincie samen met experten van de Bodemkundige Dienst van België, de KU Leuven en de VUB. Door alle waterbronnen in de provincie te inventariseren en het waterverbruik en de te verwachten waterbehoefte van de verschillende sectoren in kaart te brengen willen we voorbereid zijn op nieuwe periodes van droogte.

Dankzij deze tool kunnen we onderbouwde en regiospecifieke maatregelen afkondigen in periodes van droogte en een proactief waterbeleid voeren.

Deze functionaliteit is uitgeschakeld door je cookie policy instellingen.
Je kunt deze instellingen aanpassen op de cookie policy pagina.

De webinar "Een dynamische waterbalans voor Limburg" vond plaats op maandag 22 juni 2020.

Jan Mampaey, diensthoofd van het Provinciaal Natuurcentrum verwelkomt de deelnemers en schetst de context waarbinnen deze studie loopt. Aanleiding zijn de afgelopen droge jaren. De provincie Limburg heeft een studie uitbesteed als wetenschappelijke basis voor het toekomstig water- en droogtebeleid. De studie is uitbesteed aan een consortium van de KULeuven, de VUB en de Bodemkundige Dienst van België. Frank Elsen, Tom Coussement en Helena Van Respaille van de Bodemkundige Dienst zullen de waterbalans toelichten. Het rapport van deze studie is beschikbaar via www.limburg.be/waterbeleid.

De collega’s van de provinciale diensten "Water en Domeinen" en "Landbouw en Platteland" volgen deze webinar en zullen na de presentaties mee de vragen beantwoorden.

Frank Elsen - Bodemkundige Dienst van België

Frank Elsen van de Bodemkundige Dienst van België, start de presentatie. Hij geeft aan dat het in dit webinar onmogelijk is om alle elementen uit de uitgebreide studie te presenteren. Hij zal trachten een aantal belangrijke concepten en inzichten mee te geven.

Frank start met een overzicht van wat ze vanavond zullen bespreken: een korte intro, de methodiek die gevolgd is, een aantal belangrijke resultaten waarin ze ingaan op behoeften en aanbod van water, de tools, en de focus op natuurwaarden. Tot slot nog wat uitleg bij het vervolgtraject, zowel het afwegingskader dat in ontwikkeling is, als de conclusies wat betreft beleid en maatregelen.

Eerst een korte inleiding over het Integraal Waterbeleid, dat zeker in de eerste jaren inzette op beheersing van de kwaliteit en kwantiteit van de waterlichamen, vanuit de nood aan vrijwaring van overstroming. Op dat vlak is Vlaanderen een voorloper geweest binnen Europa. Voor het dreigende watertekort is er minder aandacht geweest, hoewel collega Patrick Willems dat al in 2011 aangekaart heeft. De voorbije droge jaren hebben dan een verschuiving meegebracht van crisismanagement naar waterschaarstebeheerplannen. Limburg is daarin één van de voorlopers.
In Limburg is er duidelijk nood aan een "gebiedsgedifferentieerd beleid", niet alleen binnen Limburg maar ook ten opzichte van de andere provincies. Binnen de provincie wil men zich voorbereiden op veranderende weersomstandigheden die een impact op de waterbeschikbaarheid hebben. Er is een duidelijke vraag naar een reactief én proactief beleid.

Hoe is men te werk gegaan?

Er is een inventaris opgemaakt van het aanbod (bv oppervlakte- en grondwater, maar ook andere bronnen) en de behoefte. Deze zijn in een balans gegoten, zowel in de ruimte als in de tijd (hoe zit het nu, en hoe ontwikkelt het zich in de toekomst, volgens verschillende scenario’s, uiteraard ook rekening houdend met klimaatscenario’s).
De behoeftes aan water zijn gekwantificeerd voor de verschillende sectoren. Bv het "welvaartsgebonden" waterverbruik van huishoudens (tuinberegening + zwembaden + autowas) blijkt de helft te bedragen van de vollegrondsberegening in de landbouw.

Wat betreft natuur is de waterbehoefte deels gekwantificeerd als het gaat over oppervlaktewatergebonden natuurwaarden. Voor grondwatergebonden natuurwaarden is de behoefte veel moeilijker te kwantificeren.

Aan de aanbodzijde zijn de belangrijkste bronnen oppervlaktewater en grondwater. Het oppervlaktewater is volledig in een model gebracht, "in real time", d.w.z. dat we dag per dag kunnen opvolgen hoe waterpeilen, debieten evolueren. Belangrijk: dit is in hoge mate neerslaggedreven, en werkt dus op korte termijn.

Wat betreft grondwater werden er per aquifer volgende aspecten bekeken:

  • grondwatervoeding
  • grondwaterpeilen
  • basisafvoer naar oppervlaktewater
  • inventaris van opgepompte debieten.

In tegenstelling tot het oppervlaktewater is het nog niet mogelijk om voor het grondwater een dynamisch model op te bouwen, we kunnen dus nog niet voorspellen per locatie wat de grondwaterstand zal zijn afhankelijk van neerslag e.d. Een gevoeligheidsanalyse van grondwatermodellen toont wel aan dat diepe en ondiepe systemen anders zullen reageren op veranderingen in grondwatervoeding en abstracties. 

Twee voorbeelden

  1. Voor het Krijt aquifersysteem (een dieper liggende grondwatersysteem): de figuur geeft aan in welke mate het waterpeil zal bewegen als gevolg van veranderingen in grondwaterextracties en -voeding. Wanneer de extracties met 10 % toenemen, bij een gelijke voeding, zal er een peildaling optreden van 25 cm. Als de grondwateraanvulling met 10 % daalt, zal ook het grondwaterpeil dalen met 25 cm.
  2. Voor een freatisch (oppervlakkig) grondwatersysteem zie we dat bij een extractie die met 10 % toeneemt, er nauwelijks een verandering is in grondwaterpeil. Anderzijds heeft de grondwatervoeding wel een grote invloed. Het neerslagoverschot is dus hier zeer bepalend voor de beweging van het grondwaterpeil.

Uiteraard hebben deze inzichten gevolgen voor het nemen van maatregelen. Droge perioden hebben een grote daling van het grondwaterpeil bij oppervlakkige grondwatersystemen tot gevolg. Monitoring op lange termijn is belangrijk. Op langere termijn (50 jaar) verwachten we drastische peilverlagingen onder de verschillende klimaatscenario’s. De grootste verlagingen zien we in de hoogst gelegen voedingsgebieden, bv. op het Kempisch Plateau, de hoger gelegen gebieden tussen de beekvalleien. Voor het beleid is dat een belangrijk inzicht.

Tom Coussement - Bodemkundige Dienst van België

Tom Coussement licht de tools toe die zijn ontwikkeld: voor grondwater, voor oppervlaktewater en voor grondwatergebonden natuur.

  1. Tool grondwater: hierin kun je de grondwaterbalansen raadplegen
    Ruimtelijke schaal:
    • relevante lichamen kunnen in 3 deelstroombekkens bekeken worden
    • tijd: berekening op dagbasis - aggregatie naar 10 jaar
      Daarnaast vind je info over de actuele situatie en de projectie voor de komende weken, van het neerslagdeficiet en de vraag per sector.
      Er is ook een kaartweergave beschikbaar met de 3 grondwatersystemen erop en de vraag van de verschillende sectoren per grondwatersysteem. Het is een interactieve kaart: elk grondwatersysteem kan aangeklikt worden en dan worden de cijfers erachter zichtbaar.
    • berekening voor 21 grondwaterlichamen in 3 grondwatersystemen.
  2. Tool voor grondwatergebonden natuur (toelichting door Helena Vanrespaille)
    Er wordt een grondwaterindex berekend op basis van peilbuizen in natuurgebieden. Deze houdt rekening met natuurlijke schommelingen en men gaat ervan uit dat vegetaties aangepast zijn aan natuurlijke schommelingen.
    De grondwaterindex wordt berekend door het verschil te nemen tussen de actuele grondwaterstand en de laagste grondwaterstand (zomer) en deze te delen door het verschil tussen de actuele grondwaterstand en de hoogste grondwaterstand (winter). Op die manier is er een indeling gemaakt tussen ernstig verdroogd, zomers droog, voor/najaarsstand en winterstand.
    Als de grondwaterindex 0 is, dan is het "zomers droog", dat is de normale stand tijdens de zomer. Als de index 1 is, is het "winterstand", dat is de normale stand tijdens de winter. Onder de 0 van zomers droog, spreken we van droger dan gemiddeld, en vanaf min 0.15 spreken we van extreme droogte.
    Dit is weergegeven op een kaart met een selectie van representatieve peilbuizen, door het INBO geplaatst. Een rode kleur betekent "zomers droog", zwart betekent "extreem droog". Het voorbeeld geeft de situatie weer voor augustus 2018, het merendeel van de peilbuizen is ofwel zomers droog ofwel extreem droog gekleurd.
    De datainvoer gebeurt nog steeds handmatig, i.s.m. het INBO, het lukt nog niet om deze automatisch te koppelen aan de grondwatertool. De databank met grondwaterpeilen van het INBO is voor iedereen toegankelijk.
  3. Tool voor oppervlaktewater (toelichting terug door Tom Coussement)
    Deze tool is ontwikkeld door het team van Patrick Willems (KULeuven). Dit oppervlaktewatermodel staat toe om
    het huidige oppervlaktewateraanbod te berekenen (actuele situatie) en de toekomstige evolutie door klimaatverandering te voorspellen. Het laat scenario-analyses toe ter verdere ondersteuning van het proactieve droogtebeleid. Het laat real-time voorspellingen toe, bv ter ondersteuning van een beslissing voor captatieverbod.
    De volgende slide toont hoe het model eruit ziet: op basis van een aantal invoergegevens (bv klimatologische gegevens) en vervolgens wordt voor de waterlopen het debiet en de peilstand berekend op een bepaald tijdstip. De kaart geeft bv de waterpeilen weer op 13 mei 2020, in het groen zijn de waterlopen met een normaal peil, blauw is een hoge waterstand en bruin een lage waterstand. Op dat moment waren er op heel wat locaties al een gevoelige droogte. Om dit model af te toetsen kan ook gekeken worden naar de debiet- en peilmetingen die op bepaalde plaatsen langs de waterlopen gebeuren. Op de kaart en bijhorende grafiek wordt de situatie op de Mombeek in Tongeren getoond: voor het jaar 2020 was er in de periode februari een maart een hoog debiet, die in mei weg viel, waarna een extreem droge situatie ontstond. Deze debietmetingen worden weergegeven in een grafiek samen met de resultaten van het model. Door zo op verschillende locaties de resultaten van het model te vergelijken met de metingen weten we dat het model zeer goed werkt en de debieten in de waterloop goed inschat.
    Op de volgende slide wordt de situatie van de waterpeilen van de waterlopen weergegeven voor heel Limburg op 14 mei 2020 met daarnaast een voorspelling van de situatie 1 maand later bij verschillende scenario’s: geen neerslag, een gemiddelde neerslag of maximale neerslag. Zelfs in het laatste scenario zien we dat toch nog een aantal waterlopen sterk verdroogd blijft doordat de waterstanden op 14 mei al heel laag waren.

Helena Van Respaille gaat dieper in op de sector natuur

We maken een opdeling naargelang de relatie met water.

  • Regenwatergebonden natuur: infiltratiegebied en hoogvennen; infiltratiegebieden vinden we vooral op het Kempisch Plateau en ten zuiden van Limburg, het infiltratiegebied van Wallonië, dat ook waterlopen in Limburg voedt. Hoogvennen ontstaat op kleilagen die hoog liggen en insijpeling naar dieper gelegen lagen tegenhoudt. Deze gebieden zijn volledig afhankelijk van regenwater, we hebben weinig invloed op watergebruik. Er zijn ook nog kleine infiltratiegebiedjes in Haspengouw, daar is de situatie complexer omdat het over kleine versnipperde gebiedjes gaat.
  • Grondwatergebonden natuur: we vinden deze aan de randen van het infiltratiegebied waar het grondwater terug aan de oppervlakte komt, bv. de rand van het Kempisch Plateau richting Maasvallei. Riviervalleien, vijvers en poelen behoren ook tot deze categorie.
  • Oppervlaktewatergebonden natuur: rivieren zelf en enkele "speciallekes": de wateringen en de vloeiweides. Dit zijn oude landbouwsystemen die natuurgebieden geworden zijn. Deze worden bevloeid met Maaswater via kanalen en waterlopen en zijn zo productieve graslanden geworden. De Wijers is een uitzondering die we enkel in Limburg terugvinden: het zijn grote vijvercomplexen op de helling tussen het Kempisch Plateau en de Demervallei (zie verder).

Wat betref de grondwatergebonden natuur werd de grondwaterindex ontwikkeld (zie hierboven) vanuit de behoefte aan evaluatie van grondwaterstanden in natuurgebieden. Deze houdt rekening met natuurlijke schommelingen en vertrekt van de aanname dat vegetaties zijn aangepast aan de natuurlijke schommelingen. De meest gevoelige vegetaties vinden we in kwelgebieden waar in normale jaren (niet-droge jaren) de schommeling klein is.

Voor oppervlaktewatergebonden natuur, meer bepaald de rivieren, wordt een grafiek getoond die de toestand weergeeft van de Herk in Sint-Truiden. Voor de maanden juli tot september 2018 en 2019 was de Herk duidelijk droger dan normaal.

In de volgende grafiek is het drempeldebiet getoond: de bruine lijn staat onder de 20 m waterdiepte, gebaseerd op de Tennant-methode. Deze gaat ervan uit dat een waterloop zelfs in de zomer tot 30 % van zijn gemiddelde debiet moet behouden om voldoende water te hebben voor het aquatische leven (vissen, waterplanten, insecten). Deze 1/3 van het gemiddelde debiet is het drempeldebiet. Voor de Herk ligt dit drempeldebiet onder de 20 m waterdiepte. In de winter van 2019 en 2020 ligt de waterstand van de Herk mooi boven het drempeldebiet, maar in de zomer van 2019 ligt de waterstand er duidelijk onder en spreken we van extreme droogte in de waterloop.

Voor de wateringen en vloeiweides: de kaart toont de ligging van de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals, alsook alle gebieden die lager gelegen zijn dan deze kanalen en die dus door water uit deze kanalen gravitair bevloeid kunnen worden. In de jaren 1800 werden grachten gegraven om met kanaalwater weides te bevloeien. We krijgen daardoor een vegetatie die heel atypisch is voor de Kempen omdat Maaswater alkalisch is. Door regenval heeft de Kempen van nature eerder een zure ondergrond. Dit fenomeen noemen ze "witteren": elk voorjaar rond mei worden ongeveer 4 ha bevloeid met water uit het kanaal via de speciaal gegraven "Grote Fossé". Er zijn twee factoren die meespelen: enerzijds laat je het water infiltreren in de weides en op die manier wordt het grondwater gevoed. Anderzijds loopt er meer water van het kanaal weg richting Nederland. Er is dus zowel een positief als een negatief aspect als het gaat over het behouden van water.

Een ander vloeiweide, Schootsheide, hangt niet af van het kanaal, maar van de Bosbeek. Deze vertakt benedenstrooms van Neeroeteren, dus voorbij het kanaal, in een fijnmazig stelsel van grachten die de weides bevloeien. Dit is een waterconserverend systeem omdat hier het water van de Bosbeek, dat normaal wegloopt richting de Maas, wordt gebruikt om de graslanden te bevloeien waardoor er natuur ontstaat die we er anders niet zouden tegenkomen.

Tot slot De Wijers, gelegen op het hellende vlakt tussen het Kempisch Plateau en de Demervallei. Je vindt er verschillende natuurgebieden zoals het Midden-Limburgs Vijvergebied, Bokrijk en Het Wik en De Maten, die allemaal op hetzelfde systeem gebaseerd zijn van visvijvers. Bv. voor De Maten: gevoed door de Stiemerbeek, deze wordt deels afgeleid door een stuw, vervolgens is er een stelsel aan vijvers die boven en onder elkaar liggen en verbonden zijn met tappen en stuwen die allemaal gestuurd kunnen worden. Dit is een oude vijversysteem. Je vindt er een aantal habitats terug die je nergens in Vlaanderen kunt terugvinden. Enerzijds habitats die behoefte hebben aan nattigheid gedurende de winter, lente en herfst, maar die tijdens de zomer beperkte verdroging nodig hebben. Dat komt omdat de visvijvers vroeger tijdens de zomer werden braak gelegd om parasieten van vissen te vermijden. Anderzijds vinden we in andere vijvers net veel moerasflora en -fauna omdat de waterstand daar altijd hoog was. Afhankelijk van het vroeger beheer vinden we er een andere flora. Rond de vijvers vind je ook vegetaties terug die je normaal nooit zou vinden in de beekvalleien, bv. vochtige dopheide, gagelstruwelen, moerasbossen, enz.

Er is geprobeerd om de behoefte aan water van deze systemen in kaart te brengen, op basis van een definitie van ANB uit een bestek voor een waterzuiveringssysteem voor deze vijvers. Het is een eerder conservatieve definitie: de waterbehoefte is een debiet dat voldoende is om de helft van de vijvers op 2 maanden te kunnen vullen. Het blijkt dat dit zelf in normale jaren niet altijd gehaald kan worden, en er is dus verfijning nodig in een verdere studie om het exact debiet voor gewone zomers te kunnen definiëren.
Op deze manier is er geprobeerd om de waterbehoefte per cascade in kaart te brengen.

Wat verwachten we door klimaatverandering?

  • Minder watertoevoer in de zomer, ongeacht de maatregelen
  • Vegetaties met behoefte aan voldoende hoge waterstand zullen hiervan schade ondervinden.

Wat kunnen we hieraan doen?

  • Proactief water conserveren
  • Stroomopwaarts water bijhouden:
    • overstromingsgebieden in de bovenloop
    • witteren: oppervlaktewater laten infiltreren
    • Wijers: water bijhouden in bovenste vijvers en vegetaties met hoge waterstanden daar plannen
  • Afvloei van water remmen:
    • natuurlijke meandering
    • stuwen: visvriendelijke stuwen of hout in rivier
    • rietvegetaties, moerassen en laagveen
  • Als het niet ander kan, kunnen we ook reactief werken, maar in vele gevallen zal dit weinig effectief zijn.
    Kanttekeningen hierbij:
    • afhankelijk van regenwater
    • bij aanvoer van kanaalwater: onderzoek naar het effect van alkalisch water.

Frank Elsen neemt de presentatie terug over

De studie is nog niet volledig afgerond, maar het team geeft toch al een aanzet tot maatregelen. Enkele kanttekeningen ...

  • Er bestaat een grote nuance in maatregelen met betrekking tot de waterbronnen, oppervlaktewater versus grondwater. Reactieve maatregelen m.b.t. grondwater hebben weinig effect.
  • Er is een spanningsveld tussen mitigatie en adaptatie t.a.v. klimaatverandering.
  • In de beleidsaanbevelingen wordt ingegaan op generieke maatregelen, maar ook per deelbekken is bekeken welke de kansen zijn.
  • Er zijn ook heel wat maatregelen die buiten de bevoegdheid van de provincie vallen, daarom is samenwerking noodzakelijk.

Beleidsaanbevelingen

Landbeheer, water in het landschap

  • Schalige herinrichting in de hydrografie: blauwgroene dooradering, ruraal en stedelijk:
    • herbekijken ontwatering, in bestaande inrichtingen en in projecten en plannen, en in regelgeving
    • wetlands, bevloeiingen, buffering: verschuiven naar bovenlopen
    • foorgedreven oppervlakte- en grondwaterpeilbeheersing
    • radicale ontharding
    • werkzame infiltratie (wadi’s)
    • herbestemmingen, vegetatie, KLE’s
  • Waterverdragen in een evoluerend klimaat
  • Duurzaam gebruik:
    • sensibilisatie
    • verdergaande regenwateropvang
    • toepassing i.f.v. waterkwaliteit; oppervlaktewatergebruik
    • hergebruik, waterkringlopen
    • progressief prijsbeleid leidingwater
    • scherp beleid m.b.t. wildextractie
    • sluisinrichtingen
  • Sectorale maatregelen:
    • duurzaam gebruik
    • fiscale stimuli
    • audits
    • ...

De maatregelen zijn nog niet exhaustief en zullen nog verder geconcretiseerd worden.
Maatschappelijk moeten er steeds keuzes gemaakt worden. Het is moeilijk om alle sectoren, alle waterbehoeftes te begroten. Daarom is er een afwegingskader voorzien in de studie. Dit afwegingskader wordt eerst op Vlaams niveau uitgewerkt, voornamelijk voor reactief beleid.

Afsluiter en vragenronde

Jan Mampaey bedankt de sprekers voor hun presentatie. Deelnemers krijgen de kans om via de chat vragen te stellen.

Kris Huyskens: hoe komt het (bij het model dat Tom Coussement heeft voorgesteld) dat als er veel regen valt, toch de peilen van sommige waterlopen zakken?
Tom Coussement geeft aan dat in de meeste gevallen de waterpeilen stijgen na regenval. Mogelijk zit er in de figuur die getoond werd voor de Herk nog een foutje. Verder is het mogelijk dat de voorspelde hoeveelheid neerslag nog onvoldoende is om het waterpeil te laten stijgen. Evaporatie kan hierbij in de zomer ook een rol spelen.

Lieselot Bollen: op welke manier wordt er nu reeds samengewerkt buiten de Vlaamse grenzen? Is er samenwerking met Wallonië en Nederland? Worden er proactief bovenstrooms maatregelen genomen?
Ben Simons (provinciale dienst Water): met Nederland is er overleg en wordt er informatie uitgewisseld wanneer er captatieverboden zijn. Met Wallonië is er momenteel geen overleg. Dat is echter wel relevant voor twee kleinere beken in Tongeren en daarnaast voor de Jeker. Mogelijk maakt de Vlaamse Milieumaatschappij daarover afspraken, maar daar hebben we geen info over.

Lily Gora: waterlopen zijn over het algemeen sterk uitgediept waardoor water snel wordt afgevoerd. Is het niet nodig om vooral de bovenlopen deels te dempen?
Frank Elsen: dit moet zeer genuanceerd bekeken worden per deelstroombekken. Het verhogen van de beekbodem kan uiteraard effect hebben en het wordt op heel wat plaatsen al uitgevoerd. Ook door het plaatsen van stuwen.
Ben Simons: de dienst Water en Domeinenis op dit moment nog geen grachten aan het dempen. Er is wel de intentie om het ruimingsbeheer aan te passen om zo veel mogelijk water op te houden. Een aantal zomerruimingen worden bv. al uitgesteld. Gebiedsspecifiek wordt er wel overwogen om het gedeeltelijk dempen van grachten of het plaatsen van stuwen mee te nemen in de toekomst.

Paul Denis: er worden regelmatig nieuwe grondwaterwinningen aangevraagd of uitbreidingen van bestaande. Welke overheid houdt hier het overzicht en heeft de nodige kennis van zaken om dit te beheren?
Frank Elsen: de bevoegdheid ligt bij de VMM. Men heeft voor de verschillende waterlagen in Vlaanderen de "duurzame onttrekking" in kaart gebracht. Men kan nog niet duidelijk aangeven of er een significante daling optreedt van de freatische waterlagen. Het is belangrijk om hiermee voorzichtig om te springen en goed op te volgen over lange termijn.

Paul Denis: wie is eigenaar van het grondwater? Ter vergelijking uit de mijnbouw: alles wat minder dan 30 m onder de grond zit, is eigendom van de terreineigenaar. Alles wat dieper zit, is eigendom van de gemeenschap.
Geen van de sprekers kan daarop een antwoord geven.

Katrien Hendrickx: i.v.m. het omgaan met watertekorten, wordt meestal aangeraden om regenwater op te vangen in opvangbekkens. Als je dit op grote schaal gaat toepassen, kan dat regenwater niet meer naar het grondwater infiltreren. Kan dit problemen opleveren, bv. in landbouwgebieden, in valleien, ...?
Frank Elsen: dit hangt af van de oppervlakte van de opvangbekkens t.o.v. de totale oppervlakte van Limburg. Vermoedelijk is dit niet zo belangrijk, maar het zou in detail uitgezocht moeten worden.
Jan Mampaey: op extreem grote schaal zou het wel relevant kunnen zijn, maar niet als het gewoon opvang is van regenwater van de daken.
Steven Beyen (provinciale dienst Water en Domeinen): wat we momenteel al zien bij overkappingen van grote oppervlakten laagstamfruitboomgaarden, daar kan het regenwater inderdaad niet ter plaatse infiltreren.

Lieve Vandebroek: is het niet beter om de aanvaarden dat door de klimaatverandering ook de natuur verandert i.p.v. vast te blijven houden aan zeer waterafhankelijke natuur die nu nog aanwezig is.
Helena Van Respaille: allicht zal er in de toekomst heel wat waterafhankelijke natuur verdwijnen door klimaatverandering en ondanks al onze inspanningen zullen we daar weinig aan kunnen doen.
Jan Mampaey: door drainage is er de voorbije 100 jaar al heel veel waterafhankelijke natuur verdwenen, zeker in het noordoosten van Limburg. De laatste restanten van die waterafhankelijke natuur zijn nu erg bedreigd. Niet alleen in Vlaanderen, maar in heel West-Europa doet dit zich voor.
Helena: we hebben in het verleden inderdaad heel erg ingezet op drainage, maar de perceptie is de laatste tijd toch aan het veranderen, dat we veel meer moeten inzetten op water vasthouden.

Een deelnemer reageert op de vraag van Lieve: moeten we ook niet omschakelen naar landbouwteelten die minder water vereisen?
Frank Elsen: uiteraard spelen teelten en rassen een grote rol met betrekking tot droogtetolerantie. De landbouw is echter behoorlijk intensief en overschakelen over droogtetolerante soorten zou de landbouwstructuur volledig veranderen. Dat zou in de praktijk betekenen dat we veel zullen moeten invoeren uit andere gebieden.
Marlies De Muijnck (provinciale dienst Landbouw en Platteland): wij werken samen met de provinciale praktijkcentra waar we inzetten op onderzoek. Natuur en landbouw zijn hierin vooral bondgenoten: veel regenwater van akkers kan infiltreren naar het grondwater.
Lieve Vandebroek: er gebeurt inderdaad onderzoek naar droogteresistente gewassen bij het ILVO.

Hoe kan natuurbeleid en -beheer klimaatrobuust gemaakt worden?
Jan Mampaey: dit is deels al beantwoord, door bv. meer water in de natuurgebieden te houden.
Helena Van Respaille: in de winter zal er meer regen vallen dan vroeger, in de zomer minder. De tactiek zal zijn om het water in de winter vast te houden zodat we het in de zomer nog kunnen gebruiken.

Geertrui Goyens: hoe gaan we dit bekendmaken bij lokale besturen en studiebureau’s?
Jan Mampaey: de studie is net opgeleverd, en we zijn binnen de betrokken diensten van het provinciebestuur aan het bekijken hoe we hier verder mee aan de slag gaan. Een aantal onderdelen van de studie zijn nog niet afgewerkt, bv. het afwegingskader. Uiteraard is het onze bedoeling om lokale besturen en studiebureau’s te informeren en ervoor te zorgen dat zij met de resultaten aan de slag kunnen. We bekijken nog hoe we dat praktisch aanpakken.

Freddy Janssens: verminderen klimaatbossen de grondwatervoeding?
Helena Van Respaille: bossen verdampen meer water dan bv. heide, dus op die manier gaat er meer water verloren.
Jan Mampaey: de Universiteit Antwerpen heeft hierover een studie gepubliceerd.

Katleen De Clerck: is het mogelijk om de minst biodiverse bermen in kaart te brengen en om te vormen tot wadi’s. Over hoeveel kilometer bermen en welke hoeveelheid water zou het kunnen gaan? Kan een gemeente ondersteuning krijgen voor de aanleg van wadi’s? Nu worden er wel wadi’s aangelegd bij nieuwbouwprojecten maar die functioneren niet allemaal optimaal.
Jan Mampaey: binnen de provincie hebben we een bermen project lopen. Het voorstel om bermen om te vormen tot wadi’s zit niet in het project, maar we kunnen zeker bekijken welke mogelijkheden er zijn.
Ben Simons: er is een belangrijke taken voor gemeentebesturen bij de opmaak van hemelwaterplannen, namelijk bekijken bij verhardingen waar het water kan infiltreren voor het naar de waterlopen gaat. De provincie ondersteunt de gemeenten bij de opmaak van die hemelwaterplannen.

Francis Verheijen: wordt de tool openbaar raadpleegbaar?
Marlies De Muijnck en Steven Beyen: de studie is openbaar, maar de tool dient enkel voor intern gebruik. De tool laat de gouverneur toe om op een onderbouwde manier voorspellingen te doen en van daaruit bepaalde maatregelen te nemen, bv. een captatieverbod. Er is een zekere voorkennis nodig om te tool te gebruiken en de resultaten te interpreteren.

Jan Mampaey bedankt de sprekers, de collega’s Ben Simons, Steven Beyen en Marlies De Muynck en de deelnemers aan deze webinar.

  • Start
  • Video's
  • Webinar PNC in dialoog - Een dynamische waterbalans voor Limburg